Deze site is een initiatief van de Leefbaarheidsgroep Balgoy
.
De lotgevallen van Balgoy zijn eeuwenlang bepaald door de grillen van de
rivier de Maas. Het dorp ontstond op een wat hoger gelegen zandkop
(donk) ten westen van Nederasselt, waar de rivier gedwongen werd een
ruime bocht naar het noordwesten te maken. Balgoy lag toen westelijk
van de rivier. Toen de rivier in de 11de eeuw haar bedding verlegde kwam
het oostelijk daarvan te liggen. In die tijd werd het buurschap Keent, dat
eerst bij Nederasselt hoorde, aan Balgoy toegevoegd.
Van Balgoy is al sprake in een oude oorkonde van 1172, waarin een ruzie
over de zeggenschap over de streek waarin Balgoy lag tussen de
bisschop van Utrecht en de heren van Cuijk wordt beslecht. Utrecht krijgt
de "pagus Balgoie" in handen. (in de vroege middeleeuwen wordt met
pagus een gebied van geringe omvang bestuurlijk aangeduid). Treffender
naam had men overigens aan dit gebiedje niet kunnen geven. Balgoy is
samengesteld uit balg, wat slaat op drassige gronden, en ooi: streek in de
bocht van een rivier.
Hoewel Balgoy door de eeuwen heen kwetsbaar bleef bij hoog water,
zorgde de rivier ook voor goede bouwgronden. De rivier zette klei af.
Landbouw was daarom goed mogelijk. In de jaren 1936-37, door
kanalisatie van de Maas, die nodig was om een grote watersnood à la
1926 te voorkomen, veranderde de situatie van Balgoy opnieuw. Het dorp
werd van Keent gescheiden. deze kleine buurschap werd brabants. Keent
heeft tot op de dag van vandaag haar eigen karakter behouden.
Aangestuurd door het dekenaat Xanten (behorend tot het aartsbisdom Keulen) werden de
buurschappen Balgoy en Keent in de 12de eeuw ondergebracht in één kerspel. In Balgoy was al lang
daarvoor een kerkje gebouwd (960) en in Keent een kapel. In de 12de eeuw werd het kerkje in Balgoy
vergroot. Van die kerk zijn tufstenen funderingsresten teruggevonden. Deze kerk kreeg de naam St.
Janskerk. De reden daarvan is, dat de kanunikken van het Kapittel van St. Jan, die in dezelfde eeuw
gronden in bezit kregen in de streek, er nu hoofdaltaar oprichtten. Johannus de Doper was hun
beschermheilige. In de 15de eeuw werd de kerk vergroot met zijbeuken. Aan de westkant werd een
toren gebouwd.
De St. Janskerk moest in de loop van de tijd veel doorstaan. Bij hoog water zullen de mensen er zeker
met hun hele hebben en houwen naartoe zijn gevlucht. Van het einde van de 16e eeuw tot de 19e eeuw
is het een protestantse kerk geweest. In die periode was de Gereformeerde Kerk de staatskerk in de
Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. De katholieken werden gedoogd en gedwongen te
kerken in schuilkerken. Met stenen van het in 1672 verwoestte kasteel werd op last van de vrijvrouwe
van Balgoy en Keent Gravin van Weede, etc. aan het eind van de 17de eeuw een "schuilkerk" gebouwd
vlakbij de Veldsestraat. Omdat er nauwelijks protestanten in Balgoy waren, raakte de St. Janskerk
steeds meer in verval. Toen de katholieken de kerk terugkregen in 1800 hebben ze eerst gepoogd het
schip van de kerk te restaureren. In 1852 werd het echter afgebroken. Het was te bouwvallig geworden
en te klein voor de groeiende parochie. Het nieuwe schip werd opgetrokken in waterstaatstijl. De
middeleeuwse toren bleef staan. Jaren later bleek het vernieuwde schip opnieuw te klein. In 1913-1914
werd daarom een geheel nieuwe kerk gebouwd aan de Boomsestraat.
In 1940 was het behoud van de toren van de nieuwe St. Janskerk een dubbeltje op zijn kant. Het
Nederlandse leger wilde de toren opblazen, omdat men bang was dat de Duitsers deze als uitkijkpost
zouden gaan gebruiken. Dat is gelukkig niet gebeurd omdat Nederland na enkele dagen capituleerde.
Duitsers op hun beurt sloopten de inmiddels vervallen kapel van Keent om het in de oude Maasbedding
aangelegde militaire vliegveld te verharden.
De streek rond de buurschappen Balgoy en Keent is lang twistappel geweest tussen grote en kleine
heren. Het waren de bisschoppen van Utrect die begonnen zijn met gronden verwerven in dit gebied. Ze
deden dat ten behoeve van het Kapittel van St. Jan. Het eerste grote conflict ontstond toen de bisschop
in zijn streven naar macht werd gedwarsboomd door de heren van Cuijk, die door huwelijk recht
meenden te hebben op de "villa Balgoye"(villa werd in de vroege middeleeuwen ook veel gebruikt om
een klein gebied bestuurlijk mee aan te duiden) De bisschop won. In 1216 moest de paus dat echter
nogmaals bevestigen. Het Kapittel beperkte zich niet tot het innen van tienden (belastingen) in Balgoy,
maar bouwde er een grote herenboerderij of vroonhoeve. Deze heeft waarschijnlijk gelegen in de buurt
van de boerderijen 't Hof en 't Hold. Het kapittel verpachtte de boerderij. Horigen deden het werk. Het
duurde niet lang of het Kapittel kreeg te maken met een nieuwe kaper op de kust. Deze keer was het
echter een veel machtiger figuur dan de Proost van het Kapittel: de graaf van Kleef. De graven van
Kleef, belust op invloed in Gelre, zijn waarschijnlijk in de 12de eeuw voogd geworden over de streek
rond Balgoy en Keent: een gunst van de Duitse keizer. Het leidde er toe dat in 1247 Kleef eenderde van
het gebied afdwong. Het kapittel behield tweederde. De heerlijkheid "Balgoy en Keent" was op die
manier lange tijd tweeherig. Om hun zaak meer kracht bij te zetten bouwden de graven van Kleef in de
14de eeuw een kasteel in de inmiddels verlande Maasbocht, waaraan de buurschap Balgoy ooit was
ontstaan.
Wat de Graven van Kleef niet konden voorzien was dat één van de vele kasteelheren die het kasteel
van hen in leen kregen, in 1367 verraad pleegde en het kasteel openstelde voor Gelderse troepen, (ze
kregen recht van Open Huis). Deze kasteelheer had een zeer toepasselijke naam: Claes Trouweloos.
Na een aantal jaren namen de Graven van Kleef wraak en trokken de hele heerlijkheid aan zich. In het
begin van de 15de eeuw werd "Balgoy en Keent" op gruwelijke wijze door Kleefse troepen afgestraft.
Tot het einde toe (1838) is "Balgoy en Keent" een Kleefs leen gebleven.
Het kasteel speelde een rol in de vaderlandse geschiedenis. Alva nam het in, tijdens zijn beroemde
veldtocht langs de Maas in 1568. Parma deed dat nog eens over in 1588. De Franssen verwoestten het
kasteel in 1672. Een andere versie is dat ze het inmiddels vervallen kasteel in brand staken. Het kasteel
verviel, omdat het na de Middeleeuwen nauwelijks nog werd bewoond.
In de 18de eeuw bouwde één van de vele eigenaren een fraai landhuis op de puinkegel van het oude
kasteel. Het werd nauwelijks bewoond. In het begin van de 20e eeuw was het in een vervallen staat en
werd afgebroken. Dat was ook het geval met het buiten de omgrachting gebouwde koets- of bakhuis uit
de 17e eeuw. Het stortte in 1979 in. Het feit dat we toch nog best veel weten van het middeleeuwse
kasteel van Balgoy is te danken aan Renaud, die in de jaren veertig van de vorige eeuw de
fundamenten van het kasteel blootlegde. Met een grote voorburcht en stoere zaaltoren behoort het
kasteel tot de type van de compacte zaal-torenkastelen. Het had veel weg van het kasteel Doornenburg.
Recentelijk zijn op de akkers rond de boerderij "t Hof kloostermoppen en aardewerkfragmenten
gevonden, die hoogstwaarschijnlijk afkomstig zijn van de oude vroonhoeve van het kapittel van St. Jan.
Wanneer die herenboerderij definitief verdween, is nog niet duidelijk. Daar is verder onderzoek voor
nodig.
Bron: Museum Kasteel Wijchen
Kastelen-infogroep
Balgoy door de eeuwen heen
2000 © Copyright LBG Balgoy
The@ de Valk