Deze site is een initiatief van de Leefbaarheidsgroep Balgoy
Uit bovenstaand gedichtje van de hand van Ries van Haren
blijkt wel dat dit monument met veel vraagtekens is
omringd. We weten weinig over Florenstein. In Balgoy staat
op een statige boerderij het woord 'Florenstein” te lezen.
Hier moet ooit het 'kasteel' gestaan hebben. Maar zeer
waarschijnlijk is het nooit een kasteel geweest maar een
versterkte hoeve. En daarvoor moeten we teruggaan tot de
Middeleeuwen. Toen heeft daar ridder Antonie van
Florenstein gewoond. Hij heeft een felle strijd geleverd met
de Heer van Batenburg. Althans dat kunnen we lezen in het verhaal van onze beroemde Wijchense
schoolmeester Gomarius Mes. Deze naam leeft nog voort in de 'Meshallen'( pand is afgebroken) en
een straatnaam in Alverna.
Dit verhaal van Gomarius Mes verscheen als feuilleton in de “Katholieke Illustratie” in 1888, maar is
enkele jaren geleden weer herdrukt als boekje met een inleiding van de Balgoyse historicus Wim
Verhoeven. Gomarius noemt dit verhaal een sage, dat is een verhaal waarin Wahrheit en Dichtung door
elkaar lopen. Een enkel historisch feit klopt wel, maar de gebeurtenissen die verteld worden, komen
vooral uit de duim van de schrijver, hoewel Mes beweert dat hij dit verhaal heeft opgetekend uit de
mond van énkele ouden van dagen' bij wie de sage nog voortleeft en 's winters gedurende de
eeuwenlange avonden bij een koesterend haardvuur verhaald wordt'.
In het kort gaat dit verhaal als volgt:
Antonie van Florenstein tot de Wegelaar was de laatste afstammeling van een riddergeslacht dat op
Florenstein woonde en op de Wegelaar een jachtslot bezat. Hij leefde op voet van oorlog met de
machtige, maar ook krijgszuchtige heer van Batenburg. Door allerlei misfortuin was de Wegelaar al in
handen van Batenburg gekomen en nu had deze ook zijn zinnen gezet op 'het hart van de
Florensteinsche bezittingen: het oud-vaderlijke en sterke kasteel”. Het verhaal speelt zich af omstreeks
1200. Antonie had zich moedig gedragen op de slagvelden tegen de Fransen en keerde na 10 jaar
weer terug op Florenstein. Toen vond onze held het tijd worden om ook de Heer van Batenburg een
lesje te leren. Thans nadert het uur waarop ik Uw vijand en de mijne met uw heldenzwaard den
trotschen kop zal splijten. Sterven zal hij, of ik zal omkomen onder de muren van Batenburg!!' aldus
sprak Antonie tegen zijn vader. Zijn zuster Aleide was bevriend geraakt meet een zekere jonkvrouw
Johanna, de dochter van de Heren van Zon van Gellicum, en zij trok in bij Aleida op huize Florenstein.
En u begrijpt al wat er komen gaat: Antonie wordt verliefd op Johanna. Zij probeert hem van zijn
wraakzuchtige plannen af te houden maar tevergeefs. Ik wil geen vrede met den vijand van mijn
geslacht. Zonder ophouden vervolgt hij de schim mijns vaders en roept om wraak!'Hij vertelt aan
Johanna over het verloop van de strijd. Batenburg heeft hulp gekregen van de heren van Druten,
Appeltern en Dreumel. Er zijn al drie doden gevallen, maar Wolfert kent geen angst, integendeel: “Wat
dacht gij Jonkvrouw? De laatste druppel mijns bloed is voor de edele en gerechte zaak van mijn
hoogvereerden vriend “FLORENSTEIN”. Maar het beleg van het kasteel Batenburg viel behoorlijk
tegen. De zaak werd nog penibeler toen de Heren van Kleef Batenburg te hulp schoten. Een geweldige
veldslag was het gevolg.
“Wijl vele Kleefschen in de grachten verdronken, geraakten van terzijde de Batenburgers met hun
standaard in de voorste gelederen, wier hoofd, de vijand in eigen persoon, allerheftigst streed met
Wolfert..'Maar helaas onze held Antonie wordt door een giftige pijl getroffen en sterft.
Aleida en Johanna verlaten Florenstein en trekken naar Bedbur. Aleida overlijdt enkele maanden alter
en Florenstein gaat over in andere handen, maar wordt spoedig daarna met de grond gelijk gemaakt.
Het verhaal heeft echter een 'happy end': Jonkvrouw Johanna gaat huwen met Wolfert van Woesik tot
Wesel, en hij voerde haar als zijn echtgenote op het kasteel zijner voorvaders, en beiden werden de
schoonouders van het dapper Woesikse geslacht ,dat lang gebloeid en Kerk en Staat tot sierraad heeft
gestrekt”.
Tot zover het verhaal van Gomarius Mes. Tsja, tsja en nu maar op zoek naar het ;'kasteel' van Woezik
en het jachtslot de Wegelaar..
Op de plaats waar heel lang geleden de versterkte hoeve heeft gestaan, staat nu de boerderij van de
familie Berben. Het woonhuis met de naam “Florenstein”erop dateert uit 1918. Voor die tijd lag het
woonhuis aan de achterzijde van de schuur. Er nooit iets gevonden dat duidt op een middeleeuws
verleden, maar er is ook nooit serieus archeologisch onderzoek naar gedaan. De oudste gegevens over
de bezitters van de hoeve dateren uit 1650. Een Balgoyse Schepen wordt in de 18e eeuw de eigenaar
en noemt zich daarna Paulus Artz van Florenstein, maar deze achternaam is niet voort blijven bestaan.
In de 19de eeuw komt de hoeve in bezit van Jan Jacobse de Bruyn, en na ruim 100 jaar gaat de hoeve
via het huwelijk van dochter Maria met Petrus Berben over op de huidige familie.
“Was het vroeger een kasteel?
Of was het een onderdeel
Van het aloude Balgoyse kasteel?
Is er iets bekend? Niet veel!
Wel lag het bij de Herreweg
Met prima grond achter de heg
Van 'n grondbezitter met veel florijn
Misschien heet het daarom wel Florenstein
Kasteel Florenstein
Nog een verdwenen monument
Bron: Hans Eerdmans publicatie Wij in Wijchen 28-02-1999
2000 © Copyright LBG Balgoy
The@ de Valk